Behandeling

Psychologische behandelingen: interventies
De klinisch opgeleide GZ-psycholoog beschikt over verschillende behandelmogelijkheden om lichte, matige of ernstige psychische stoornissen, die niet al te complex zijn, te behandelen.

Een professionele behandeling begint met een nauwkeurige probleemanalyse. Voorgeschiedenis, gezinsachtergrond, opleiding, beroep en persoonlijkheid, leef- en woonomstandigheden vormen het begin van zo’n analyse. Vervolgens worden de klachten uitgebreid uitgevraagd. Dit gebeurt in een intakegesprek. Daarna volgt een psychometrisch onderzoek. Dit gebeurt meestal met screeningsvragenlijsten, die genormeerd, gevalideerd en op betrouwbaarheid zijn onderzocht. De resultaten van zo’n psychodiagnostisch onderzoek (PDO) worden met de patiënt besproken en waar nodig toegelicht of uitgelegd.

Klachten of psychische stoornis
Zodra uw huisarts, al of niet ondersteund door de POH-GGZ *, uw doorverwijst naar de GZ-psycholoog bestaat er een DSM IV diagnose of een vermoeden daarvan. Als het vermoeden door het PDO worden bevestigd dan kan de behandeling van start gaan. Wordt het vermoeden van de huisarts/POH-GGZ niet bevestigd en gaat het om klachten en is er geen sprake van een psychische stoornis dan zal de psycholoog u terug verwijzen naar de huisarts. Deze zal u dan zelf of zijn/haar POH-GGZ hulp gaan bieden om de klachten te verhelpen. De huisarts en/of POH-GGZ kan wel de psycholoog of psychiater consulteren bij specifieke vragen.

Diverse behandeltechnieken of methoden
Aan het begin van de vorige eeuw was er feitelijk maar één behandeltechniek: psychoanalyse of psychoanalytische psychotherapie. Na WO II kwam daar geleidelijk verandering in. Zo won de gedragstherapie steeds meer terrein door de spectaculaire resultaten en de veelal goed onderbouwde wetenschappelijke bewijzen van de werkzaamheid van de gedragstherapeutische interventies. Inmiddels is de psychoanalyse vrijwel geheel naar de achtergrond verdrongen door de opkomst van verscheidene behandeltechnieken, die voorkwamen uit de diverse ‘scholen’. Dit lijkt verwarrend, maar als bedacht wordt dat het gedrag van mensen uiterst complex is en niet vanuit één wetenschappelijke theorie verklaard kan worden dan is ook inzichtelijk dat er meerdere theoretische ‘vensters’ zijn van waaruit gekeken kan worden naar een psychische stoornis. In het voorbeeld van casus Greet van D. wordt duidelijk hoe in de psychologische praktijk gewerkt wordt vanuit verschillende gezichtspunten.

Casus Greet van D.
G. is een 42 jarige vrouw, gehuwd en moeder van een zoon (15) en dochter (13). Haar man is automonteur en mag ook graag in zijn vrije tijd aan auto’s sleutelen. G. interesseert zich niet zo voor auto’s. Ze zijn handig voor het vervoer, maar meer niet. G. voelt zich de afgelopen jaren niet meer zo goed in haar vel zitten. Was ze voorheen een actieve en levenslustige vrouw, die sportief actief was en ook een prettig en stabiel sociaal leven genoot, nu is dat langzaam verwaterd en is elke dag voor haar weer een hele opgave. Haar kinderen puberen al behoorlijk en gaan geheel op in hun eigen sociaal leven. G. voelt zich de ‘sloof’ die elke dag weer moet zorgen voor haar gezin en niet aan zichzelf toekomt. ’s Avonds is ze snel moe en valt vaak op de bank al in slaap. De relatie met haar man is langzaam in een sleur terecht gekomen. Ze doen elk hun ding en zelden nog iets samen en dan meestal met het gehele gezin. Haar gewicht is behoorlijk toegenomen, maar in dat opzicht heeft ze de lichaamsbouw van haar moeder. Er is sprake van overgewicht.

G. bespreekt haar gevoelens met haar huisarts, die vermoedt dat er wel eens sprake kon zijn van een ‘onderliggende’ depressie en verwijst naar de GZ-(eerstelijns)psycholoog. Deze maakt kennis met G. en vraagt welke klachten zij ervaart en of deze klachten al lange tijd aanwezig zijn. Vervolgens wordt G. haar voorgeschiedenis, opleiding, beroep en ontwikkelingsverloop uitgevraagd. G. blijkt als enig kind te zijn grootgebracht. Vader was alcoholverslaafd en moeder was niet opgewassen tegen de tirannie van vader. G. heeft al vroeg gevoeld dat zij haar ouders moest ‘ondersteunen’ in hun leven. Zo heeft zij zich als jong meisje erg verantwoordelijk gevoeld en als het weer eens mis ging zich daar ook schuldig door gevoeld.

De psycholoog constateert, na screening van de aard, ernst en duur van de klachten, de persoonlijkheid en de copinstijl, een depressie bij G. Ook stelt hij vast dat G. een emotioneel sensitieve vrouw is die niet geleerd heeft voor zichzelf op te komen en de problemen in haar eigen gezin toeschrijft aan haar falen. G. zelf vindt dat ze geen goede echtgenoot en geen goede moeder is en twijfelt of het ooit nog goed komt. G. denkt alleen maar in scenario’s met fatale afloop. De psycholoog geeft G. inzicht in de ontstaansfactoren voor de depressie bij G. en stelt een behandeling voor met cognitieve gedragstherapie (CGT), een behandelvorm waarbij de somber makende gedachten worden veranderd op basis van de realiteit en de rationaliteit. Zo kan zij leren dat haar gedachten over haarzelf niet kloppen en dat niet zij de schuld is van de gezins- en relatieproblemen.

Een andere analyse vanuit de systeemtheorie (gezinstherapie) echter zou tot een geheel andere interventie bij G. kunnen leiden. De psycholoog constateert ook dat ‘onder’ de depressie van G, veel ingehouden boosheid/woede zit, maar dat G. zich daar niet bewust van is. Hij vermoedt dat G. in haar rol van ‘herdershond’ in haar gezin van opvoeding haar boosheid en woede naar vader toe heeft verdrongen en heeft ingekapseld en besluit tot een imaginaire confrontatie (IC), een behandeltechniek uit de klassieke gedragstherapie en een systeemtherapeutische behandeling van het gezin.

Een derde variant kan zijn dat de psycholoog van mening is dat G. onvoldoende voor zichzelf opkomt en subassertief gedrag vertoont. Hij stelt G. voor om een groepstraining in assertief gedrag te volgen, zodat zij veel meer zelf durft te bepalen hoe zij haar leven inricht en weer toekomt aan activiteiten die haar stemming doen verbeteren.

Welke behandeling is de juiste ?
Daar is niet zo gauw een bevredigend antwoord op te geven. Een voor de hand liggende oplossing is om alledrie behandelingen in te zetten, maar dan doet het probleem zich voor of de door de zorgverzekering gedekte behandeltijd (hier: intensief) toereikend is voor een effectieve behandeling van G. Soms wordt er ook gekozen voor een ‘verkorte’ route en wordt in overleg met de patiënt en de huisarts gekozen voor ondersteuning met medicatie. De gedachte hierbij is dat als G. eenmaal haar ‘oude’ stemming weer terug heeft er dan ook weer meer energie beschikbaar komt om doeltreffend zichzelf aan te pakken en de relatieproblemen met ondersteuning van de psycholoog bespreekbaar gaat maken met haar man. Dit zou dus een combinatie van medicatie en systeemtherapie betekenen.

Van groot belang is dat elke patiënt goed uitleg en voorlichting wordt gegeven over de vóór- en nadelen van een bepaalde interventie en dat de patiënt zelf ook invloed heeft op de uiteindelijke keuze van behandeling.